Cette unité d’enseignement n’est pas accessible aux étudiants d’échange !
Enseignants
Langue
d'enseignement
d'enseignement
Neerlandais
Préalables
Le(s) prérequis de cette Unité d’enseignement (UE) sont précisés à la fin de cette fiche, en regard des programmes/formations qui proposent cette UE.
Thèmes abordés
Het seminarie rechtstheorie biedt studenten de gelegenheid een eigen onderzoek te ontwikkelen, in het verlengde van de theoretische kaders die aan bod komen in het vak Introduction critique à la pensée juridique contemporaine (ICPJC) of in het vak Legal theory. De behandelde thema’s variëren naargelang het academiejaar en de verantwoordelijke lesgevers.
Studenten worden uitgenodigd daadwerkelijk juridisch-wetenschappelijk onderzoek te verrichten, waarbij zij zowel bronnen uit de rechtstheorie als uit de mens- en sociale wetenschappen mobiliseren, en zulks met een uitgesproken interdisciplinaire aanpak. Dit onderzoek mondt uit in een persoonlijk schriftelijk werk dat mondeling wordt verdedigd. Deze onderwijsopzet beoogt de verworvenheden inzake wetenschappelijke methode en kritische openheid ten aanzien van het recht te consolideren. In die zin wordt het seminarie vaak beschouwd als het “kroonstuk” van de Faculteit Rechtsgeleerdheid.
Taalverwerving wordt bijzonder aangemoedigd. De seminaries worden immers aangeboden in het Nederlands en het Engels voor studenten van de meertalige opleidingen, terwijl in de eentalige opleiding sommige teksten in het Engels kunnen worden aangeboden. Bovendien worden alle studenten ertoe aangespoord in het kader van hun onderzoek bronnen in het Frans, Nederlands en Engels te raadplegen.
Door de combinatie van een interdisciplinaire en kritische benadering en de openheid voor talen, sluit het seminarie rechtstheorie nauw aan bij het pedagogisch project van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, zoals verwoord in haar Manifest (R.I.E.J., 2016/1, Vol. 74, pp. 169-175).
Studenten worden uitgenodigd daadwerkelijk juridisch-wetenschappelijk onderzoek te verrichten, waarbij zij zowel bronnen uit de rechtstheorie als uit de mens- en sociale wetenschappen mobiliseren, en zulks met een uitgesproken interdisciplinaire aanpak. Dit onderzoek mondt uit in een persoonlijk schriftelijk werk dat mondeling wordt verdedigd. Deze onderwijsopzet beoogt de verworvenheden inzake wetenschappelijke methode en kritische openheid ten aanzien van het recht te consolideren. In die zin wordt het seminarie vaak beschouwd als het “kroonstuk” van de Faculteit Rechtsgeleerdheid.
Taalverwerving wordt bijzonder aangemoedigd. De seminaries worden immers aangeboden in het Nederlands en het Engels voor studenten van de meertalige opleidingen, terwijl in de eentalige opleiding sommige teksten in het Engels kunnen worden aangeboden. Bovendien worden alle studenten ertoe aangespoord in het kader van hun onderzoek bronnen in het Frans, Nederlands en Engels te raadplegen.
Door de combinatie van een interdisciplinaire en kritische benadering en de openheid voor talen, sluit het seminarie rechtstheorie nauw aan bij het pedagogisch project van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, zoals verwoord in haar Manifest (R.I.E.J., 2016/1, Vol. 74, pp. 169-175).
Acquis
d'apprentissage
d'apprentissage
A la fin de cette unité d’enseignement, l’étudiant est capable de : | |
Het seminarie rechtstheorie sluit volledig aan bij het referentiekader van de leerdoelen van het programma (hieronder, in vertaling, tussen aanhalingstekens vermeld): “I. Verwerven van een algemene cultuur”: het seminarie draagt bij tot de ontwikkeling van een juridische cultuur, maar ook van een “solide cultuur in niet-juridische mens- en sociale wetenschappen, eigen aan het decoderen van juridische fenomenen vanuit een uitgesproken interdisciplinaire invalshoek”. “II. Verwerven van specifiek juridische kennis”: het seminarie bouwt voort op een stevige voorkennis van het positieve recht, in meerdere rechtsgebieden. Die voorkennis is een noodzakelijke voorwaarde om studenten in staat te stellen kritisch te reflecteren over concepten, regels en fundamentele rechtsbeginselen. Het seminarie draagt aldus bij tot een diepgaand en kritisch rechtsbegrip, dat verder reikt dan de louter technische toepassing. “III. Verwerven van methoden en instrumenten van de wetenschappelijke aanpak”: hoewel studenten in het kader van andere opdrachten geregeld onderzoek doen op basis van de ‘klassieke’ rechtsbronnen (wetgeving, rechtsleer, rechtspraak), vormt het seminarie binnen het bachelorprogramma in de rechten dé plaats bij uitstek voor een eerste initiatie in wetenschappelijk onderzoek. Het laat hen toe bronnen uit de rechtstheorie en de mens- en sociale wetenschappen te mobiliseren, een stand van het onderzoek op te maken, een onderzoeksvraag en hypothesen te formuleren, en een rigoureuze argumentatie uit te bouwen om die onderzoekvraag te beantwoorden, op basis van deze diverse bronnen en “met eerbiediging van de wetenschappelijke deontologie”. “IV. Verwerven van analytische, reflectieve en argumentatieve vaardigheden vanuit concrete situaties”: het seminarie laat studenten toe hun “kritische zin” en hun “vermogen een beargumenteerd betoog op te bouwen” te ontwikkelen en biedt hen een introductie in de “uitwerking van een autonoom, coherent en relevant denken”, die tegelijk “creatief en origineel” is. “V. Beheersen van schriftelijke en mondelinge communicatie”: de evaluatie, die zowel steunt op een schriftelijk werk als een mondelinge verdediging, ontwikkelt bij studenten het “vermogen om schriftelijk en mondeling een idee en/of een juridisch betoog te communiceren en dit overtuigend te verdedigen”. Voor studenten uit de meertalige opleidingen maakt het seminarie het bovendien mogelijk “een theoretische inhoud te begrijpen, te bestuderen en weer te geven in twee andere talen dan het Frans (Engels en Nederlands)”. “VI. Overdraagbare vaardigheden”: het seminarie bevordert de meertaligheid, voor studenten in de meertalige opleidingen. Het beoogt tevens, voor alle studenten, “de ontwikkeling van hun autonomie in het uitvoeren van uiteenlopende taken”: lezen en voorbereiden van teksten, zelfstandig onderzoek, schrijven, mondelinge presentatie en respect voor deadlines. Daarnaast biedt het seminarie een geschikte ruimte voor de “verfijning van een persoonlijke ethiek”, via individuele onderzoekswerkzaamheden in samenhang met eigen waarden, en via deelname aan collectieve discussies die de uitwisseling van ideeën in een klimaat van “respect voor anderen” bevorderen. |
|
Contenu
Het seminarie rechtstheorie steunt op de lectuur en de collectieve bespreking van teksten die ofwel algemene vragen van rechtsleer behandelen, ofwel thematisch meer toegespitste onderwerpen – steeds benaderd vanuit een conceptuele, kritische en interdisciplinaire invalshoek. De thema’s variëren naargelang het academiejaar en de verantwoordelijke docenten. Deze variaties maken het enerzijds mogelijk studenten te begeleiden in hun verkenning van de evolutie van het onderzoek, en anderzijds om met hen de lopende onderzoeksactiviteiten van de docenten te delen.
Daarnaast worden studenten begeleid bij het uitwerken van een individueel onderzoekswerk, dat vertrekt van de gezamenlijk besproken problematieken maar verder wordt ontwikkeld rond een eigen gekozen thema. Dit onderzoekswerk resulteert in een persoonlijk schriftelijk werk, gevolgd door een mondelinge verdediging.
Daarnaast worden studenten begeleid bij het uitwerken van een individueel onderzoekswerk, dat vertrekt van de gezamenlijk besproken problematieken maar verder wordt ontwikkeld rond een eigen gekozen thema. Dit onderzoekswerk resulteert in een persoonlijk schriftelijk werk, gevolgd door een mondelinge verdediging.
Méthodes d'enseignement
De onderwijsmethode berust op een systeem van permanente evaluatie, waardoor aanwezigheid bij de seminariesessies en bij de mondelinge verdedigingen verplicht is.
De seminariesessies verlopen in fysieke aanwezigheid, waarbij studenten handgeschreven notities nemen (het gebruik van de computer is niet toegelaten).
De te lezen teksten worden ter beschikking gesteld via Moodle en/of in een bundel verkrijgbaar bij de dienst cursusmateriaal van het SVIB, volgens de modaliteiten bepaald door de docenten.
Studenten dienen een handgeschreven leesnota op te stellen die de aangeboden teksten synthetiseert, en waarin zij de kernvragen of ideeën identificeren die hen in het bijzonder hebben aangesproken. Deze notities vormen een onmisbaar werkinstrument voor de gedachtewisseling in de sessies en moeten bij elk seminarie worden meegebracht.
Voorbereiding en actieve deelname zijn verplicht en maken deel uit van de evaluatie. Bij afwezigheid, al dan niet gewettigd, moet de student zijn/haar voorbereidingsnota toch aan de verantwoordelijke docent bezorgen.
De uurroosters van elk seminarie worden vastgesteld door de faculteitsadministratie, rekening houdend met de beschikbaarheid van studenten en docenten.
Alle seminaries volgen evenwel een gemeenschappelijke structuur. Deze omvat enerzijds zeven seminariebijeenkomsten en anderzijds de indiening van een schriftelijk werk, gevolgd door een mondelinge verdediging ervan. Daarnaast is tijdens het tweede semester ten minste één individueel gesprek voorzien tussen de student en de docent, gewijd aan de opvolging van het onderzoek. Dit gesprek wordt georganiseerd op een datum die wordt vastgelegd vóór de onderwijsvrije periode (voor het academiejaar 2026-2027 loopt deze periode van maandag 19 april tot en met zaterdag 1 mei 2027).
Wat meer in het bijzonder de zeven seminariebijeenkomsten betreft, worden deze als volgt georganiseerd:
- tijdens het eerste semester: een inleidende bijeenkomst en twee bijkomende bijeenkomsten;
- aan het begin van het tweede semester: een eerste gemeenschappelijke bijeenkomst, gericht op de ontwikkeling van de soft skills van de studenten, zowel inzake onderzoeksmethodologie als mondelinge vaardigheden, teneinde hen voor te bereiden op het schrijven van hun werk en de mondelinge verdediging ervan; en drie bijkomende bijeenkomsten.
De docenten maken gebruik van één of meerdere artificiële-intelligentie-instrumenten (waaronder “ChatGPT”) in hun onderwijspraktijk, om studenten vertrouwd te maken met de mogelijkheden en de beperkingen van dit type instrument. Hoewel het gebruik van AI-instrumenten wordt aangemoedigd in het kader van het seminarie, wordt van studenten verwacht dat zij dit op verantwoorde wijze doen, conform het document “Het verantwoord gebruik van generatieve artificiële intelligentie”, goedgekeurd door de Faculteitsraad. Studenten moeten hiervoor een “integriteitsverklaring” ondertekenen en deze samen met hun schriftelijk werk indienen.
De seminariesessies verlopen in fysieke aanwezigheid, waarbij studenten handgeschreven notities nemen (het gebruik van de computer is niet toegelaten).
De te lezen teksten worden ter beschikking gesteld via Moodle en/of in een bundel verkrijgbaar bij de dienst cursusmateriaal van het SVIB, volgens de modaliteiten bepaald door de docenten.
Studenten dienen een handgeschreven leesnota op te stellen die de aangeboden teksten synthetiseert, en waarin zij de kernvragen of ideeën identificeren die hen in het bijzonder hebben aangesproken. Deze notities vormen een onmisbaar werkinstrument voor de gedachtewisseling in de sessies en moeten bij elk seminarie worden meegebracht.
Voorbereiding en actieve deelname zijn verplicht en maken deel uit van de evaluatie. Bij afwezigheid, al dan niet gewettigd, moet de student zijn/haar voorbereidingsnota toch aan de verantwoordelijke docent bezorgen.
De uurroosters van elk seminarie worden vastgesteld door de faculteitsadministratie, rekening houdend met de beschikbaarheid van studenten en docenten.
Alle seminaries volgen evenwel een gemeenschappelijke structuur. Deze omvat enerzijds zeven seminariebijeenkomsten en anderzijds de indiening van een schriftelijk werk, gevolgd door een mondelinge verdediging ervan. Daarnaast is tijdens het tweede semester ten minste één individueel gesprek voorzien tussen de student en de docent, gewijd aan de opvolging van het onderzoek. Dit gesprek wordt georganiseerd op een datum die wordt vastgelegd vóór de onderwijsvrije periode (voor het academiejaar 2026-2027 loopt deze periode van maandag 19 april tot en met zaterdag 1 mei 2027).
Wat meer in het bijzonder de zeven seminariebijeenkomsten betreft, worden deze als volgt georganiseerd:
- tijdens het eerste semester: een inleidende bijeenkomst en twee bijkomende bijeenkomsten;
- aan het begin van het tweede semester: een eerste gemeenschappelijke bijeenkomst, gericht op de ontwikkeling van de soft skills van de studenten, zowel inzake onderzoeksmethodologie als mondelinge vaardigheden, teneinde hen voor te bereiden op het schrijven van hun werk en de mondelinge verdediging ervan; en drie bijkomende bijeenkomsten.
De docenten maken gebruik van één of meerdere artificiële-intelligentie-instrumenten (waaronder “ChatGPT”) in hun onderwijspraktijk, om studenten vertrouwd te maken met de mogelijkheden en de beperkingen van dit type instrument. Hoewel het gebruik van AI-instrumenten wordt aangemoedigd in het kader van het seminarie, wordt van studenten verwacht dat zij dit op verantwoorde wijze doen, conform het document “Het verantwoord gebruik van generatieve artificiële intelligentie”, goedgekeurd door de Faculteitsraad. Studenten moeten hiervoor een “integriteitsverklaring” ondertekenen en deze samen met hun schriftelijk werk indienen.
Modes d'évaluation
des acquis des étudiants
des acquis des étudiants
De evaluatie gebeurt permanent gedurende het semester. Er is dus geen examen in eerste zittijd; de evaluatiemodaliteiten in tweede zittijd zijn verschillend en hieronder gespecificeerd.
De evaluatie steunt op drie elementen:
- voorbereiding en deelname aan de sessies (2/20);
- het schriftelijk werk waarin het persoonlijke onderzoek wordt gepresenteerd (10/20);
- de mondelinge verdediging van dit werk (8/20).
Voorbereiding en deelname aan de sessies
Van de studenten wordt verwacht dat zij de seminariebijeenkomsten voorbereiden en er actief aan deelnemen. Hun voorbereiding en deelname maken deel uit van een permanente evaluatie. Wanneer een student aan een bijeenkomst deelneemt zonder de teksten kennelijk te hebben voorbereid overeenkomstig de instructies van de verantwoordelijke docent (leesnota, mindmap of een andere opgegeven voorbereiding) en daardoor niet in staat is aan de gedachtewisseling deel te nemen, wordt dit beschouwd als een ongewettigde afwezigheid. Bij meer dan één ongewettigde afwezigheid tijdens de seminariebijeenkomsten krijgt de student in de eerste examenperiode een onvoldoende wegens afwezigheid (0A), wat automatisch leidt tot een verwijzing naar de tweede examenperiode.
Schriftelijk werk
Het schriftelijk werk moet minimaal 4.500 en maximaal 5.000 woorden tellen. Bij deze woordtelling worden de voetnoten, het titelblad, de bibliografie en de inhoudstafel niet meegerekend. Tegelijk met het schriftelijk werk dient de student een digitale map in te leveren met de wetenschappelijke bronnen die in het kader van het werk werden geraadpleegd (in pdf-formaat), overeenkomstig de meer specifieke richtlijnen van de verantwoordelijke docent.
Het werk moet worden ingediend midden in de onderwijsvrije periode, namelijk uiterlijk op zondag 25 april 2027 om 23.59 uur. De datum en het tijdstip van indiening zoals geregistreerd op Moodle zijn bepalend. Naast de indiening via Moodle is de student verplicht het werk per e-mail te bezorgen aan de als lezer of lezeres aangeduide medestudent, met de verantwoordelijke docent in kopie.
Indien de docent daarnaast ook een papieren versie van het schriftelijk werk verlangt, moet deze papieren versie worden gedeponeerd in de daartoe voorziene urne van de facultaire administratie. Wanneer de student het werk indient nadat de gebouwen zijn gesloten, dient de papieren versie zonder uitstel bij de facultaire administratie te worden afgegeven, namelijk op maandag 26 april 2027.
In geval van een ongerechtvaardigde vertraging wordt een straf van 2 punten per begonnen periode van 24 uur toegepast. Een vertraging van meer dan vijf dagen, het indienen van een niet-authentiek werk of het niet-indienen van het werk leidt tot het toekennen van de afwezigheidsquotering (0A) voor het geheel.
De evaluatie van het schriftelijk werk berust voornamelijk op de structuur van de argumentatie, de formulering en relevantie van de probleemstelling, de interdisciplinaire aanpak, de kritische ingesteldheid, de kwaliteit van het onderzoek, het algemene begrip van de vraag en de literatuur, en de methodologie.
Studenten moeten samen met hun schriftelijk werk ook het ondertekende document “Integriteitsverklaring” indienen. Bij niet-indiening wordt een sanctie van twee punten toegepast.
Het schriftelijk werk wordt onderworpen aan een analyse met de software “Compilatio”, die plagiaten en door artificiële intelligentie gegenereerde inhoud opspoort.
Van de studenten wordt verwacht dat zij het referentiesysteem gebruiken dat binnen de Faculteit wordt onderwezen; hiervoor wordt bij aanvang van het seminarie een overzichtstabel uitgedeeld. Indien er bijzondere redenen zijn (bijvoorbeeld de thematiek van het werk of de taal waarin het wordt opgesteld), kan de docent het gebruik van een ander referentiesysteem toestaan (zoals APA, Oxford…).
Mondelinge verdediging van het onderzoekswerk
De studenten presenteren hun onderzoek in een mondelinge verdediging.
De mondelinge verdedigingen vinden plaats in kleine groepen, in de vorm van panels die worden georganiseerd na de onderwijsvrije periode maar vóór het einde van het tweede semester — voor het academiejaar 2026-2027 tussen maandag 3 mei en vrijdag 14 mei 2027.
De mondelinge verdedigingen kunnen verschillende vormen aannemen, maar duren telkens 20 minuten per student, gevolgd door een gedachtewisseling van 10 minuten met de verantwoordelijke docent, de als lezer of lezeres aangeduide medestudent en de overige leden van de groep. Deze sessies worden georganiseerd in de vorm van studentenpanels en hebben tot doel collectieve discussies over het verrichte onderzoek te stimuleren. Om studenten vertrouwd te maken met kritische discussie en het systeem van peer review, moet elke student vóór de mondelinge verdediging het werk van een andere student nalezen. De naam van deze student wordt vooraf meegedeeld door de verantwoordelijke docent. Deze lezing moet uitmonden in kritische feedback en in de formulering van één of meerdere vragen die tijdens de mondelinge verdediging aan de betrokken student worden gesteld. Studenten worden bijgevolg geëvalueerd op de kwaliteit van hun eigen mondelinge presentatie, op de kwaliteit van de kritische feedback en de vragen die zij richten aan de student van wie zij het werk hebben nagelezen, en op de relevantie van de vragen die zij stellen aan de andere deelnemers van de groep.
De indiening van het schriftelijk werk is een noodzakelijke voorwaarde om aan de mondelinge verdediging te kunnen deelnemen. Elke ongewettigde afwezigheid tijdens het halve dagdeel waarop de mondelinge verdedigingen plaatsvinden, zelfs indien het gaat om de enige afwezigheid van het academiejaar, leidt tot de toekenning van een afwezigheidsquotering (0A).
Tijdens de tweede examenperiode moet de student uiterlijk op vrijdag 13 augustus 2027 om 23.59 uur een schriftelijk werk indienen overeenkomstig dezelfde richtlijnen als die welke gelden in de eerste examenperiode. Daarnaast moet de student zijn of haar onderzoek mondeling verdedigen voor de verantwoordelijke docent en, in voorkomend geval, in aanwezigheid van andere studenten die eveneens zijn ingeschreven voor de tweede examenperiode.
Indien de student heeft deelgenomen aan de seminariebijeenkomsten, blijft de beoordeling voor voorbereiding en deelname (op 2 punten) behouden. In geval van meer dan één ongewettigde afwezigheid zal de student tijdens de mondelinge verdediging echter een vraag moeten beantwoorden die door de verantwoordelijke docent wordt gesteld over één van de teksten uit het portfolio, willekeurig geselecteerd. Dit veronderstelt dat alle teksten vooraf grondig werden voorbereid.
De evaluatie steunt op drie elementen:
- voorbereiding en deelname aan de sessies (2/20);
- het schriftelijk werk waarin het persoonlijke onderzoek wordt gepresenteerd (10/20);
- de mondelinge verdediging van dit werk (8/20).
Voorbereiding en deelname aan de sessies
Van de studenten wordt verwacht dat zij de seminariebijeenkomsten voorbereiden en er actief aan deelnemen. Hun voorbereiding en deelname maken deel uit van een permanente evaluatie. Wanneer een student aan een bijeenkomst deelneemt zonder de teksten kennelijk te hebben voorbereid overeenkomstig de instructies van de verantwoordelijke docent (leesnota, mindmap of een andere opgegeven voorbereiding) en daardoor niet in staat is aan de gedachtewisseling deel te nemen, wordt dit beschouwd als een ongewettigde afwezigheid. Bij meer dan één ongewettigde afwezigheid tijdens de seminariebijeenkomsten krijgt de student in de eerste examenperiode een onvoldoende wegens afwezigheid (0A), wat automatisch leidt tot een verwijzing naar de tweede examenperiode.
Schriftelijk werk
Het schriftelijk werk moet minimaal 4.500 en maximaal 5.000 woorden tellen. Bij deze woordtelling worden de voetnoten, het titelblad, de bibliografie en de inhoudstafel niet meegerekend. Tegelijk met het schriftelijk werk dient de student een digitale map in te leveren met de wetenschappelijke bronnen die in het kader van het werk werden geraadpleegd (in pdf-formaat), overeenkomstig de meer specifieke richtlijnen van de verantwoordelijke docent.
Het werk moet worden ingediend midden in de onderwijsvrije periode, namelijk uiterlijk op zondag 25 april 2027 om 23.59 uur. De datum en het tijdstip van indiening zoals geregistreerd op Moodle zijn bepalend. Naast de indiening via Moodle is de student verplicht het werk per e-mail te bezorgen aan de als lezer of lezeres aangeduide medestudent, met de verantwoordelijke docent in kopie.
Indien de docent daarnaast ook een papieren versie van het schriftelijk werk verlangt, moet deze papieren versie worden gedeponeerd in de daartoe voorziene urne van de facultaire administratie. Wanneer de student het werk indient nadat de gebouwen zijn gesloten, dient de papieren versie zonder uitstel bij de facultaire administratie te worden afgegeven, namelijk op maandag 26 april 2027.
In geval van een ongerechtvaardigde vertraging wordt een straf van 2 punten per begonnen periode van 24 uur toegepast. Een vertraging van meer dan vijf dagen, het indienen van een niet-authentiek werk of het niet-indienen van het werk leidt tot het toekennen van de afwezigheidsquotering (0A) voor het geheel.
De evaluatie van het schriftelijk werk berust voornamelijk op de structuur van de argumentatie, de formulering en relevantie van de probleemstelling, de interdisciplinaire aanpak, de kritische ingesteldheid, de kwaliteit van het onderzoek, het algemene begrip van de vraag en de literatuur, en de methodologie.
Studenten moeten samen met hun schriftelijk werk ook het ondertekende document “Integriteitsverklaring” indienen. Bij niet-indiening wordt een sanctie van twee punten toegepast.
Het schriftelijk werk wordt onderworpen aan een analyse met de software “Compilatio”, die plagiaten en door artificiële intelligentie gegenereerde inhoud opspoort.
Van de studenten wordt verwacht dat zij het referentiesysteem gebruiken dat binnen de Faculteit wordt onderwezen; hiervoor wordt bij aanvang van het seminarie een overzichtstabel uitgedeeld. Indien er bijzondere redenen zijn (bijvoorbeeld de thematiek van het werk of de taal waarin het wordt opgesteld), kan de docent het gebruik van een ander referentiesysteem toestaan (zoals APA, Oxford…).
Mondelinge verdediging van het onderzoekswerk
De studenten presenteren hun onderzoek in een mondelinge verdediging.
De mondelinge verdedigingen vinden plaats in kleine groepen, in de vorm van panels die worden georganiseerd na de onderwijsvrije periode maar vóór het einde van het tweede semester — voor het academiejaar 2026-2027 tussen maandag 3 mei en vrijdag 14 mei 2027.
De mondelinge verdedigingen kunnen verschillende vormen aannemen, maar duren telkens 20 minuten per student, gevolgd door een gedachtewisseling van 10 minuten met de verantwoordelijke docent, de als lezer of lezeres aangeduide medestudent en de overige leden van de groep. Deze sessies worden georganiseerd in de vorm van studentenpanels en hebben tot doel collectieve discussies over het verrichte onderzoek te stimuleren. Om studenten vertrouwd te maken met kritische discussie en het systeem van peer review, moet elke student vóór de mondelinge verdediging het werk van een andere student nalezen. De naam van deze student wordt vooraf meegedeeld door de verantwoordelijke docent. Deze lezing moet uitmonden in kritische feedback en in de formulering van één of meerdere vragen die tijdens de mondelinge verdediging aan de betrokken student worden gesteld. Studenten worden bijgevolg geëvalueerd op de kwaliteit van hun eigen mondelinge presentatie, op de kwaliteit van de kritische feedback en de vragen die zij richten aan de student van wie zij het werk hebben nagelezen, en op de relevantie van de vragen die zij stellen aan de andere deelnemers van de groep.
De indiening van het schriftelijk werk is een noodzakelijke voorwaarde om aan de mondelinge verdediging te kunnen deelnemen. Elke ongewettigde afwezigheid tijdens het halve dagdeel waarop de mondelinge verdedigingen plaatsvinden, zelfs indien het gaat om de enige afwezigheid van het academiejaar, leidt tot de toekenning van een afwezigheidsquotering (0A).
Tijdens de tweede examenperiode moet de student uiterlijk op vrijdag 13 augustus 2027 om 23.59 uur een schriftelijk werk indienen overeenkomstig dezelfde richtlijnen als die welke gelden in de eerste examenperiode. Daarnaast moet de student zijn of haar onderzoek mondeling verdedigen voor de verantwoordelijke docent en, in voorkomend geval, in aanwezigheid van andere studenten die eveneens zijn ingeschreven voor de tweede examenperiode.
Indien de student heeft deelgenomen aan de seminariebijeenkomsten, blijft de beoordeling voor voorbereiding en deelname (op 2 punten) behouden. In geval van meer dan één ongewettigde afwezigheid zal de student tijdens de mondelinge verdediging echter een vraag moeten beantwoorden die door de verantwoordelijke docent wordt gesteld over één van de teksten uit het portfolio, willekeurig geselecteerd. Dit veronderstelt dat alle teksten vooraf grondig werden voorbereid.
Autres infos
De docenten voorzien geen pre-correctie van teksten. Studenten kunnen hun docent echter wel ontmoeten tijdens permanenties of na afspraak. Het is aangewezen dat deze gesprekken gebaseerd zijn op een tekst (plan, hoofdstuk, enz.).
Opdat de resultaten die in de loop van het jaar worden behaald officieel kunnen worden geregistreerd en meegedeeld, wordt het vak formeel ingeschreven in het juniprogramma, ook al wordt er op dat moment geen examen georganiseerd.
Opdat de resultaten die in de loop van het jaar worden behaald officieel kunnen worden geregistreerd en meegedeeld, wordt het vak formeel ingeschreven in het juniprogramma, ook al wordt er op dat moment geen examen georganiseerd.
Ressources
en ligne
en ligne
Op de Moodle-pagina van het vak vinden studenten de te lezen teksten, en eventueel (afhankelijk van de docenten) de tijdens de sessies gebruikte slides, evenals mogelijke links naar video’s, podcasts of andere bronnen in verband met het seminarie.
Daarnaast hebben studenten via Moodle toegang tot pedagogische video’s die door de docenten zijn gemaakt. Deze video’s behandelen het seminarie rechtstheorie, het gebruik van tekstverwerking (Word), tips voor het zoeken van bronnen in de mens- en sociale wetenschappen, en het gebruik van artificiële intelligentie.
Daarnaast hebben studenten via Moodle toegang tot pedagogische video’s die door de docenten zijn gemaakt. Deze video’s behandelen het seminarie rechtstheorie, het gebruik van tekstverwerking (Word), tips voor het zoeken van bronnen in de mens- en sociale wetenschappen, en het gebruik van artificiële intelligentie.
Bibliographie
Une bibliographie de base est prévue, sans prétention à l’exhaustivité. Lors des entretiens individuels des étudiant·e·s avec leur enseignant·e, des suggestions bibliographiques peuvent également être faites.
A basic bibliography is provided, without being exhaustive. Bibliographic suggestions may also be made during individual discussions between students and their lecturers.
Een basisbibliografie wordt voorzien, zonder exhaustief te zijn. Tijdens individuele gesprekken van studenten met hun docent kunnen ook literatuursuggesties gedaan worden.
Faculté ou entité
en charge
en charge